:
Ik fiets of wandel bijna dagelijks door het bos en hou er heel erg van. Het bos geeft zo’n rust; het bos is eigenlijk één groot klaslokaal. Als je goed kijkt en luistert, leer je er lessen die we in ons dagelijks leven vaak vergeten zijn.
De stilte van de winter.
Neem nu de winter. Als ik er dan fiets, is het er stil. Geen vogel te horen, geen insect te zien en de bladeren ritselen niet. Hooguit hoor je het ruizen van de takken. De zon heeft vrij spel en wordt niet tegengehouden door de bladeren. Alles is in diepe rust: planten en dieren. Ze sparen hun energie voor als het lente wordt.
Het ontwaken in de lente
De lente breekt aan en elke dag hoor ik meer vogels fluiten: mezen, vinkjes en dan ook de merels. En als de merel begint te fluiten, wil dat zeggen dat er geen vorst van betekenis meer komt. Een week later volgt de tjiftjaf, die alweer is teruggekomen van het zomerverblijf. De knoppen aan de bomen worden steeds dikker, tot ze barsten en de bladeren weer groeien. Alles komt tot leven: kleur en vogelgezang.
De koelte van de zomer
In de zomer is het hele bos koeler, want de zon kan niet meer door het bladerdek komen. Vogels zijn enorm druk met hun jongen en de bomen zuigen al het water van de modderige winterpaden weer op. De insecten zijn druk met bestuiven van bloemen en zijn in grote getalen aanwezig.
De cirkel van de herfst
De jongen van de vogels zijn uitgevlogen. De ouders eten weer bij van wat ze in de zomer tekort zijn gekomen. En meer, om alvast een reserve op te bouwen voor de winter. De bladeren vallen en vergaan weer tot voedsel voor de bodemdieren, en uiteindelijk voor de bomen zelf. Dieren verzamelen eten voor de winter en langzaam keert de rust terug. Zo is de cirkel rond.
Wat is nu de clou?
Het bos past zich moeiteloos aan de jaargetijden aan; het beweegt mee, zowel plant, boom als dier.
Het bos leert ons dat er een tijd is voor alles: een tijd om te slapen, maar ook een tijd om voluit te leven en te groeien.
Maar hoe zit dat met mensen?
Passen wij nog in de jaargetijden?
Nemen we voldoende rust op zijn tijd?
Of werken we het hele jaar door want er moet brood op de plank komen?
Zijn we in staat om in ons drukke leven tijd te maken voor rust buiten de vakanties? Hebben we elk weekend wat te doen? Willen we wel rusten? Moeten we niet altijd bezig zijn: geld verdienen, aan ons lichaam werken, ons huis spik-en-span houden, de kinderen bezig houden en overal naartoe brengen?
Zo is het ons wel geleerd, maar is dat ook goed? Jij mag zelf deze antwoorden bedenken. Ik weet zeker dat je diep in je hart de antwoorden wel weet.
Je hoeft niet altijd door iedereen leuk of goed gevonden te worden. De mensen die je echt waarderen om wie je werkelijk bent houden zonder oordeel van je.